Weersverwachting » Winterverwachting

Definitieve winterverwachting 2018-2019.

Waar een * bijstaat heeft er een wijziging plaatsgevonde ten opzichte van de vorige verwachting.

Terugblik winter 2017-2018 en de verwachting voor dat jaar

Afgelopen winter begon met sneeuwval vroeg in december maar al snel volgde dooi en een zachte maand. Ook januari was bijzonder warm, neerslagrijk en ook stormachtig. Vervolgens kwam een koude februari, die een van de koudste februarimaanden was van de afgelopen 30 jaar. Ook begin maart was het snijdend koud met minima rond -12 en gevoelstemperaturen rond -20 graden. Er werd nog volop geschaatst op natuurijs. Op twitter werd gemeld "the Beast from the East".

 

Kijk ik nog even terug naar de eigen winterverwachting van Ronsweer dan kan ik zeggen dat deze vrij aardig klopte. Zachte winter in het begin en kans op een koud einde. In november benoemde ik dat door een uitermate sterk orkaanseizoen de kans groot was op een SSW (een plotselinge opwarming van de stratosfeer (SSW) met als mogelijk gevolg een poolwervelsplitsing. Dit gebeurde uiteindelijk ook op 11 februari 2018 en zorgde in februari en begin maart later voor een periode met zeer koud weer. In combinatie met een gematigde La Nina beweren sommige weerkundigen dat deze mede de oorzaak was van de droge zeer warme zomer die daarop volgde.

 

Uitleg polar vortex, de kracht van de poolwervel (AO) en de NAO

Even een stukje herhaling van het voorgaande jaar voor de nieuwe bezoekers op deze pagina. De beleving van ons weer vindt altijd plaats aan de grond, want daar houden wij mensen ons meestal op. Maar het zijn juist de patronen hoog in de atmosfeer die sturend zijn voor de ontwikkelingen aan de grond. Vooral in de winter is dit het geval. In oktober ontstaat de zogenaamde ‘polar vortex’. Deze vormt een belangrijk onderdeel van het omvangrijke complexe systeem in onze atmosfeer dat resulteert in ons weerbeeld aan de grond. De ‘Polar Vortex’ wordt gevormd door koude lucht rondom de polen, tussen 5 en 10 kilometer boven het aardoppervlak. Deze aanwezigheid van kou levert lagedrukwerking op in de bovenlucht.

Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen enerzijds de troposferische polar-vortex (TPV) en anderzijds de stratosferische polar-vortex (SPV). Zowel op langere als ook op kortere tijdschalen blijken de stratosfeer en de troposfeer gekoppeld te zijn (interactie). Zo leiden bv variaties in de stratosferische westenwinden enkele weken later tot soortgelijke variaties in de troposferische westenwinden en uiteindelijk ook bij ons aan het aardoppervlak.

Anderzijds kunnen de Rossby-golven zich tot in de stratosfeer voortbewegen (bergen, hogedrukgebieden) met als het gevolg dat ook de stratosferische straalstroom gaat ``slingeren``. De windsnelheden nemen gedurende de daaropvolgende 2 tot 3 maanden gestadig af met als gevolg dat de polar-vortex zo instabiel wordt dat warme lucht (heat flux) tot in de hogere atmosfeer boven de Noordpool doordringen kan. Deze opwarming van de stratosfeer (Sudden Stratosferic Warming/SSW) KAN leiden tot het uiteenvallen van de polar-vortex (een zgn. polar-vortex split, wave 2 gebeurtenis). Zoals op 11 februari 2018 gebeurde. Boven het noordelijk halfrond zien we een overgang naar meer meridionale atmosferische stromingen (blokkades) met transport van koude arctische luchtmassa’s tot zuidelijke breedtegraden. Dit vindt plaats boven zowel de USA als boven Europa. Een strenge vorstperiode kan hierop volgen. Naar de exacte interacties tussen de diverse lagen in de atmosfeer wordt de laatste jaren veel onderzoek gedaan. Algemeen kan men stellen;

  • een sterke TPV leidt tot sterke westenwinden (zonaal) / positieve fase AO en vaak ook positieve NAO
  • een zwakke TPV leidt tot verhoogde blokkades (meridionaal) / neg fase AO en vaak ook negatieve NAO

Waarbij NAO is (North Atlantic Oscillation/ Noord Atlantische stroming) en AO is (Arctic Osciallation/ Arctische stroming).

 

Verwachting kracht Poolwervel (SPV) komende winter *

Ronsweer verwacht komende winter meerdere zwakkere opwarmingen van de stratosfeer en één snelle opwarming van de atmosfeer (Sudden Stratosferic Warming/SSW). Waarschijnlijk in het midden van de winter. Gevolg een verzwakking/verplaatsing en mogelijk zelfs een splitsing van de poolwervel in januari. Hierdoor is er een grotere kans op geblokkeerde stromingspatronen op het Noordelijk halfrond met mogelijk koud weer als gevolg met name in de 2de helft van de winter. Onderstaande afbeelding laat de SPV zien verwachting 17 december van het Ecmwf. Er is een sterke opwarming te zien maar of deze de PV doet splitsen (een zogenaamde wave 2 gebeurtenis, zie afbeelding rechts hieronder) is nog onzeker. Wel neemt de kans op geblokkeerde stromingspatronen vanaf januari sterk toe. Een koude januari dus als we afgaan op dit signaal.

 

ec17decopwarming.pngsswdec18.jpg

 

Zeewatertemperatuur Atlantische oceaan en Stille Oceaan (Enso) *

De afwijking van de huidige zeewatertemperaturen t.o.v. het gemiddelde staan in onderstaande afbeelding vermeld. Blauw is kouder dan normaal, geel, oranje, rood is warmer dan normaal. Zwart zijn de continenten. Van belang voor ons winterweer is de huidige temperatuurverdeling op de Atlantische oceaan (rechts op de afbeelding). Deze is warm-koud-warm en geeft over het algemeen een positieve NAO index (uitleg hierboven). Dit bevordert de kans op zonale westenwind en een zachtere winter als normaal.

https://www.ospo.noaa.gov/data/sst/anomaly/2018/anomnight.12.6.2018.gif

 

El Niño Southern Ocsillation (Enso) *

Verder zien we het ontstaan van een El Niño ontstaan op de Stille Oceaan (ten westen van Ecuador). Een El Niño kan op diverse plaatsen in de wereld grote gevolgen voor het weer hebben. In Europa zijn de effecten volgens het KNMI echter klein, alleen een uitzonderlijke sterke El Niño of La Niña hebben een iets warmer of iets kouder effect op ons winterweer. Ook de positie van een El Niño is weer van belang. Zo zijn de gevolge van een modoki El Niño(El Niño op het midden van de Stille Oceaan) weer anders dan een oostelijke,  westelijke of basis to basin(oceaanbrede) El Niño. We gaan nu uit van een gematigde Modoki El Niño. Deze heeft waarschijnlijk geen invloed op de luchtdrukverdeling op het noordelijk halfrond komende winter.

http://www.cpc.ncep.noaa.gov/products/NMME/current/images/nino34.rescaling.ENSMEAN.png

 

Snow Advance Index (SAI), snelheid sneeuwbedekking ten zuiden 60e breedtegraad.

Nog een factor die van invloed kan zijn op de luchtdrukverdeling komende winter is de sneeuwbedekking in oktober op het noordelijk halfrond. Zoals ook vorig jaar in onze winterverwachting beschreven verhoogt een snelle uitbreiding van het sneeuwdek in oktober boven met name Siberië en Rusland ten zuiden van de 60e breedtegraad de kans op koud winterweer bij ons. Dit KAN resulteren in een zwakke poolwervel, AO (Arctic Osciallation). Een gunstige SAI krijg je alleen als er een snelle ontwikkeling is van het sneeuwdek in Eurazië ten zuiden van de 60e breedtegraad in de maand oktober. Begin je met een klein sneeuwoppervlak in oktober ten zuiden van de 60e breedtegraad en eindig je met een groot sneeuwoppervlak, dan heb je een gunstigere SAI dan wanneer je bijvoorbeeld met een hoge sneeuwoppervlak begint en eindigt met een hoog sneeuwoppervlak ten zuiden van de 60e breedtegraad in oktober. Hoe sneller de ontwikkeling, hoe beter. Begin je hoog en eindig je laag, dan heb je een ongunstige SAI. Paradoxaal genoeg zorgt een vroege sterke ontwikkeling van het sneeuwdek op Eurazië in september en begin oktober voor een lagere SAI van oktober. Het is namelijk moeilijk om die grote anomalie vast te houden, laat staan nog verder uit te breiden, waardoor de kans groot is dat de SAI laag gaat uitvallen.' Het is dus het beste om laag te beginnen en hoog te eindigen. Je kunt daarnaast beter gemiddeld beginnen en gemiddeld uitvallen(of hoog) dan hoog beginnen en laag uitvallen. Zelfs laag beginnen en laag eindigen geeft een gunstigere SAI dan de hoog beginnen en laag eindigen. Dit jaar is de SAI gunstig. We begonnen namelijk met een lage sneeuwbedekking en eindigden met een grote bedekking. Ook dit kan dus weer een verzwakking van de poolwervel de komende winter tot gevolg hebben. Gunstig dus voor koud weer. Zie afbeelding hieronder.

 

 

Westelijke QBO in de verwachting, Quasi-Biennial Oscillation.

De QBO, of Quasi-Biennial Oscillation is een windpatroon dat zich manifesteert in de stratosfeer in equatoriale gebieden. Met een cyclus van 22-36 maanden wisselen westelijke en oostelijke winden elkaar af. Los van de dagelijkse gang en seizoenen, is het misschien wel de meest zekere factor in ons klimaatsysteem. De QBO is op dit moment aan het einde van zijn oostelijke fase en is in de hogere lagen van de atmosfeer reeds omgeslagen naar een westelijke fase. In de onderste laag van de atmosfeer is de QBO nog oostelijk. Een westelijk regime verhoogd in het algemeen (geen zekerheidje!!) de kans op sterke zonale winden en een stevige west-oost gerichte (zonale) straalstroom. Gevolg een diep IJsland lagedrukgebied en stevige depressieactiviteit in Nederland. Bij een oostelijk regime is de kans op een slingerende straalstroom met geblokkeerde stromingspatronen en dus hogedruk boven Groenland en Scandinavië groter. Vorige winter kwam dit dus pas in februari op de weerkaarten. Ik verwacht dat de QBO weinig tot geen effect heeft op de luchtdrukverdeling de komende winter.

 

Zonneactiviteit.

De figuur hieronder geeft de maandgemiddelde aantal zonnevlekken van de laatste jaren, en een verwachting voor de komende jaren. De zonnevlekken zeggen iets over de zonneactiviteit: hoe minder zonnevlekken, hoe lager de zonneactiviteit. Er is steeds een cyclus met een zonnemaximum en zonneminimum van gemiddeld ongeveer 11 jaar. Periodes met een lagere activiteit van de zon verhogen de kans op koudere winters in Nederland. We bevinden ons nu aan het einde van een lange periode met lage zonneactiviteit. De kans op koudere winters zou dus de komende jaren normaliter moeten toenemen maar hier is de laatste jaren nog niet veel van te zien. Misschien komende winter?

In bovenstaande figuur is de daling van het aantal sunspots/zonnevlekken goed te zien.

 

Orkaanseizoen.

Het orkaanseizoen op de zuidelijke Atlantische oceaan kwam erg laat op gang maar leverde toen wel snel achter elkaar meerdere orkanen op. Orkanen stuwen warme lucht van onderin de atmosfeer naar grote hoogten waardoor de kans op heatlfluxen en SSW’s toeneemt. (uitleg hiervoor). Mede door het laat actief worden van het orkaanseizoen verwacht ik minstens een SSW voor de komende winter.

 

Andere teleconnecties *

Het weer over de hele planeet hangt met elkaar samen. Naast de QBO, AO en NAO kennen we ook nog de EPO en WPO, AMO, PNO, MJO en GLAAM. De EPO en WPO respectievelijk de eastern en western Pacific ocsillation (west en oostelijk stroming Stille oceaan). Eind december wordt weer een positieve GLAAM verwacht. In combinatie met de huidige staat van de ENSO, de postieve PNA (Pacific Northern Oscillation) en de stratosferische setting moet dit in negatieve NAO gaan resulteren in de maand januari. Opnieuw dus een indicator die wijst op blocking in januari.

 

 

Dit zeggen de weermodellen voor de komende winter nu, opgesteld 01-11-2018. Update in de week van 10 t/m 15 december *

Een groot aantal weerbureaus geven inmiddels seizoensverwachtingen. Seizoensverwachtingen zijn nog volop in ontwikkeling en de betrouwbaarheid is nog niet hoog. Toch worden de laatste jaren goede resultaten gehaald. Hieronder de temperatuur en luchtdrukverwachting van het Ecmwf ons sterkste rekenbrein. Onderstaande temperatuurkaarten worden maandelijks rond de 9e automatisch geupdate. Het Ecmwf verwacht een 0 tot 1 graad te zachte december, verder een normale januari en februari. Dit rijmt echter niet met de luchtdrukverdeling daarom denk ik dat de temperatuur iets te hoog is ingeschat en januari en februari kouder uitvallen.

 

Ecmwf maand temperatuur verwachting opgeteld 11 december:

december 2018                                                                              januari 2019

februari 2019

Ecmwf neerslagverwachting voor komende winter per 11-12-2018. Goed te zien is de lage neerslagverwachting in de gebieden waar hoge luchtdruk wordt verwacht. Januari heeft grote sneeuwkansen en februari lijkt een vrij droge maand te worden.

 

Opvallend in de afbeeldingen van hieronder is de koude luchtdrukverdeling van het Ecmwf en UKMO voor januari en februari en maart in de figuur hieronder. De oranje, bruine rode kleuren laten hogedruk zien boven Scandinavië en Rusland met regelmatig oostenwind. Dit zou een normaal tot (vrij) koude winter tot gevolg hebben. Wit is geen signaal, blauw is lagedruk. Een duidelijk negatieve NAO luchtdrukverdeling. Goed nieuws voor winterliefhebbers. Zowel bij Ecmwf als UKMO blijft het Northern blocking signaal herhalen (dezelfde verwachting als november)

ecmwf-mslp-jan-mar-2019-dec-2018.png

Hieronder nog enkele verwachtingen van div. seizoensverwachtingsmodellen waaronder het IRI (International Research Institute ) en het CFS (Climate Forecast System) verwachting voor de komende 3 maanden.

 

Seizoensverwachtings grafieken van het CFSv2 worden dagelijks bijgewerkt. Zowel de temperatuur- als de neerslaggrafieken worden getoond. CFS kaarten temperatuur anomalie (afwijkingen tov normaal) interpretatie: wit is normaal, blauw is koud, oranje-bruin is warmer dan normale temperaturen:

 

Het CFSv2 model is iets kouder bijgesteld t.o.v. de verwachting van oktober. Zij verwachten nu een 0 tot 1 graad (oktober 1 tot 2 graden te zachte winter) te zachte winter. Qua neerslag wordt er vooral in januari meer dan normale hoeveelheden verwacht.

Neerslagverwachting komende 3 maanden CFS afwijkingen t.o.v. de normaal.

De groene kleuren laten een licht positieve afwijking zien in de neerslag, de oranje/rode kleuren een neerslagtekort. Waar het wit is worden normale neerslaghoeveelheden verwacht.

 

International Research Institute (IRI) Colombia University New York VS Globale verwachting voor de komende 3 maanden, geen afwijking in temperatuur, normaal tot iets te weinig neerslag. Het IRI verwacht dus een normale winter met zowel koude als zachte perioden.

 

 

Definitieve winterverwachting 2018-2019 *

Ten opzichte van de definitieve winterverwachting van 9 november is de verwachting niet veel veranderd. Verder is de decemberverwachting voor komende winter van de weercomputers nog niet verwerkt (volgt deze week). Meerdere indicatoren voor de luchtdrukverdeling komende winter wijzen nog steeds op een meanderende straalstroom door een zwakkere poolwervel. Een negatieve NAO-AO winter dus en dat is goed nieuws voor winterliefhebbers. De maand december zal waarschijnlijk een iets te zachte wintermaand worden met zachte en koudere perioden zonder echte diepvriestemperaturen.

 

In januari, februari zijn de vorst en sneeuwkansen groter. Waarschijnlijk komen we ook weer op de schaats net zoals vorige winter toen februari ons de koudste maand in 30 jaar opleverde. Ronsweer verwacht dus een normaal tot iets te koude winter (0 tot -1 graad). In de maanden januari en februari verwacht Ronsweer een winterse setting op de weerkaarten met hogedruk boven Groenland en/of Scandinavië. Oorzaak is de verwachte opwarming van de stratosfeer vanaf 20 december. De poolwervel wordt hierdoor zwakker, gaat zich verplaatsen en kan mogelijk zelfs gaan splitsen. Er zit een adder onder het gras en dat zijn de SST temperaturen van de Atlantische oceaan. Deze geven een positieve NAO en westenwinden. Het is dus de vraag wie er wint. De situatie in de stratosfeer met doorwerking naar de troposfeer of de zeewater temperaturen op de Atlantische oceaan. Ronsweer verwacht dus als "winnaar" de Statosfeer.

 

Hier de verwachting van het Ecmwf van afgelopen donderdag 6 december voor midden januari. Hogedruk boven Groenland/IJsland en een koude noord-noordoostelijke stroming. Lagedruk boven Europa. Waarschijnlijk met lagedrukgebieden die koude lucht vanaf de Pool meevoeren. Grote sneeuwkansen als onderstaande verwachting uitkomt.

ecmjan2019-1.jpg

 

Ronsweer 11-12-2018. Bronnen o.a Ecmwf, Meteogroup, CFS en Climate Copernicus.eu, wintergek.nl